Het basisconcept

De kern van het basisconcept van het Federatief Datastelsel. Aangevuld met een korte toelichting.

Het basisconcept voor het Federatief Datastelsel is weergegeven in figuur 4. Dit basisconcept vervangt de zogenoemde ‘Houtskoolschets’ die is gepubliceerd tijdens de stelseldag in november 2022.

Figuur 4: FDS Basisconcept
Figuur 4: FDS Basisconcept

Het basisconcept vormt het vertrekpunt voor verdere uitwerking tot FDS doelarchitectuur. De concrete aanpak daarvoor vertrekt uit de zogenoemde basis bekwaamheden. Deze worden gedetailleerd uitgewerkt. Daaruit leiden we de benodigde processen en functies af en kunnen we de benodigde afspraken, standaarden en eventuele voorzieningen definiëren.

Het basisconcept kent de volgende componenten:

  1. Strategische sturing:

    De strategische sturing gaat over het stelsel. Dit betreft vooral een Plan-Do-Check-Act-gebaseerde sturing op het maatschappelijk belang en de publieke waarden en daarbinnen op de effectiviteit en efficiency van het datadelen binnen het stelsel. In welke mate draagt FDS daadwerkelijk bij aan het beter benutten van data door de Nederlandse overheid, bij maatschappelijke opgaven en individuele dienstverlening conform de menselijke maat.

    De tactische en operationele sturing zijn bekwaamheden van het stelsel die in vervolg op dit basisconcept worden uitgewerkt.

  2. Data-aanbod:

    Het data-aanbod krijgt gestalte doordat Data in het stelsel wordt ingebracht. De ingebrachte data moet (blijvend) voldoen aan de kwalitatieve voorwaarden die in het stelsel zijn afgesproken. De aldus beschikbare data kan door een Data-aanbieder worden aangeboden in de vorm van datadiensten. Het data-aanbod wordt verder toegelicht op de pagina ‘stelselrollen’.

  3. Data-vraag:

    De vraag naar stelseldata wordt ingevuld doordat een Data-afnemer een of meer datadiensten afneemt van een of meer data-aanbieders. De data-vraag wordt verder toegelicht op de pagina ‘stelselrollen.

  4. Stelselmechanismen

    FDS heeft mechanismen om te borgen dat data betrouwbaar en vertrouwd in het stelsel kan worden gedeeld en dat dit juridisch is toegestaan en ethisch is verantwoord. Op hoofdlijnen betreft dat ‘bekwaamheden (of capabilities)’ die het stelsel moet hebben, welke worden ingevuld door daartoe ingerichte ‘stelselfuncties’.